De COGEM in rustiger vaarwater

Rapportage adviezen en signaleringen in 2014

Na de afgelopen hectische jaren die een grote tol op de organisatie trokken, is de COGEM in 2014 in rustiger vaarwater gekomen. In het afgelopen jaar bracht de COGEM 59 adviezen en signaleringen uit. Dit is een teruggang van ongeveer 10% ten opzichte van de daar voorgaande jaren. De twee technische subcommissies ‘ Landbouw’ en ‘Medisch Veterinair’ bereidden traditiegetrouw het leeuwendeel van de publicaties voor, met respectievelijk 24 en 25 adviezen (zie figuur 1).

Figuur 1: Aantallen publicaties onderverdeeld naar subcommissie

De teruggang in productie is toe te schrijven aan een verminderde adviesvraag over het gehele werkterrein van de COGEM, maar vooral op het gebied van veldproeven met genetisch gemodificeerde (gg-)gewassen en klinische gentherapiestudies (Introductie in het Milieu adviesvragen, zie figuur 2). Voor deze categorie heeft de COGEM in 2014 geen enkel advies afgegeven.
Dit is met name opvallend voor klinische gentherapiestudies, omdat het aantal vooroverleggen met mogelijke vergunningaanvragers bij het loket gentherapie wel sterk gestegen is. Ook zijn er geluiden uit het buitenland dat daar het aantal aanvragen voor klinische studies wel toegenomen is. Afgewacht zal moeten worden of het gestegen aantal vooroverleggen zal leiden tot daadwerkelijke aanvragen voor klinische gentherapiestudies in Nederland in 2015.

De terugloop in het aantal vergunningaanvragen voor veldproeven met gg-gewassen (en de daaraan gekoppelde adviesvragen aan de COGEM) is minder verrassend. Het aantal veldproeven in Nederland en Europa loopt al langer sterk terug. De maatschappelijke weerstand tegen genetische modificatie in de landbouw en voedseltoepassingen, en de eerdere terugtrekking van de grote biotechbedrijven van de Europese markt zijn hier debet aan. In 2014 ontstond daarbij onduidelijkheid over de aanstaande veranderingen in de Europese toelatingsprocedures. Het is de verwachting dat ook in de komende jaren slechts mondjesmaat veldproeven aangevraagd zullen worden. Waarschijnlijk zullen deze eerder gericht zijn op onderzoeksdoeleinden dan op de ontwikkeling van commerciële toepassingen.

Figuur 2: Publicaties onderverdeeld over de verschillende categorieën vergunningaanvragen

Het aantal adviezen over Ingeperkt Gebruik (experimenten in laboratoria, kassen, dierverblijven) nam wel toe ten opzichte van 2013. Echter het aantal gevraagde adviezen over specifieke vergunningaanvragen voor ggo-experimenten is licht teruggelopen. De stijging in het aantal adviezen is onder meer toe te schrijven aan de activiteiten die de COGEM heeft ontplooid in het kader van de herziening door IenM van het Besluit en de Regeling ggo die in 2015 zijn beslag moet krijgen. Naast een advies over de concept Herziene Regeling, heeft de COGEM onder meer lijsten met pathogeniteitsclassificaties van virussen, schimmels en bacteriën en de lijst met inperkingsvoorschriften voor kasexperimenten met gg-planten geüpdatet. Deze lijsten zullen later opgenomen worden in de nieuwe regeling. Ook heeft de COGEM geadviseerd om laboratoriumwerkzaamheden met virussen die alleen door insecten naar mens of dier kunnen worden overgedragen, op het laagste veiligheidsniveau in te schalen. Dit omdat deze virussen niet kunnen verspreiden uit laboratoria, zolang er geen dierexperimenten uitgevoerd worden. Andere generieke adviezen richtten zich op uiteenlopende onderwerpen als de eisen waaraan de moleculaire karakterisering van gg-gewassen bij import- en teeltvergunningaanvragen moeten voldoen, welke virussen alleen dieren en geen mensen kunnen infecteren, of op de verbetering van een conceptrichtsnoer van de EFSA.

Figuur 3: Aantallen publicaties onderverdeeld naar subcommissie en categorie vergunningaanvragen

Naast adviezen heeft de COGEM ook een aantal belangwekkende signaleringen uitgebracht. Op verzoek van IenM heeft de COGEM zich gebogen over de problematiek van het tentoonstellen van ggo’s en over welke bouwstenen een rol zouden kunnen spelen bij het opstellen van een afwegingskader voor de toelating van de teelt van gg-gewassen in Nederland. Op verzoek van de staatsecretaris van IenM, Wilma Mansveld, heeft de COGEM zich gebogen over de problematiek van het tentoonstellen van ggo’s. Bij een vergunningaanvraag voor het tentoonstellen van zebravisembryo’s geïnjecteerd met gg-cyanobacteriën bleek dat de Nederlandse ggo-regelgeving slecht toegesneden is op tentoonstellingen met ggo’s. In haar signalering ‘GGO’s te kijk gezet. Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in tentoonstellingen’ gaat de COGEM in op de achtergrond en context van deze tentoonstellingen en de maatschappelijke discussie die ontstaat naar aanleiding van dit soort tentoonstellingen. Vooral het gebruik van dieren blijkt tot controverses te leiden. In de signalering is onderzocht welke aspecten en toepassingen in tentoonstellingen worden gedekt door de wettelijke kaders voor het gebruik van ggo’s en dieren, en welke niet. Op basis hiervan zijn een aantal beleidsopties en aandachtspunten geïdentificeerd.

In de signalering ’Een uitstekend milieu: grenzen aan het milieu’ geeft de COGEM een toelichting op het begrip milieu in relatie tot de milieurisicobeoordeling van ggo’s. Het milieu is een breed begrip waar iedereen vanuit zijn of haar eigen achtergrond een beeld bij heeft en wat precies verstaan moet worden onder de term ‘milieu’ is nergens eenduidig vastgelegd. In haar signalering komt de COGEM tot de conclusie dat in de milieurisicobeoordeling de reikwijdte van het milieu voor ieder type gebruik van ggo’s verschillend is. Ze komt daarbij tot de volgende definitie: ‘het milieu is dat deel van de biotische en abiotische omgeving dat buiten het toepassingsgebied van de voorgenomen activiteit met een ggo ligt’. Met deze signalering streeft de COGEM er naar om voor derden duidelijk te maken wat onder haar beoordelingskader valt. Om een beter inzicht te geven in haar advisering en de onderliggende overwegingen wordt in de signalering, aan de hand van verschillende categorieën van vergunningaanvragen, ingegaan op de wijze waarop de COGEM deze definitie in de praktijk toepast.

Alle publicaties van de COGEM zijn hier te downloaden.